Persbericht

69% VAN CONSUMENTEN WERELDWIJD DENKT DAT PERSOONLIJKE CONTACTEN WORDEN VERVANGEN DOOR ELEKTRONISCHE INTERACTIE

49% kijkt meer naar liveprogramma’s als er een connectie met sociale media is
76% geniet de vrijheid om overal, altijd verbonden te zijn
63% vindt dat als het om de afmetingen van het scherm gaat, groter beter is


New York, NY – April 1, 2015 – Bijna zeven op de tien mensen (69%) wereldwijd denken dat persoonlijke contacten worden vervangen door elektronische interactie, volgens een nieuwe publicatie van Nielsen. In Screen Wars: The Battle for Eye Space in a TV-Everywhere World wordt het zich snel ontwikkelende mondiale digitale videolandschap onderzocht en wordt beschreven hoe consumenten hun kijkgedrag aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid, waarbij driekwart van hen over de vrijheid beschikt om overal, altijd verbonden te zijn. Hoewel televisie nog steeds het voorkeursscherm voor de meeste vormen van videocontent is, leidt het toenemende gebruik van mobiele apparaten en sociale media tot een verschuiving van macht van de aanbieders naar de consumenten.

“Keuzevrijheid zorgt niet alleen voor complexiteit, maar creëert ook kansen,” zegt Megan Clarken, Executive Vice President bij Nielsen Global Watch Product Leadership. “Het belangrijkst is om te begrijpen hoe kijkpatronen verschuiven en welke factoren die verschuivingen veroorzaken. Mediabedrijven moeten het veranderende landschap omarmen en hun strategieën aanpassen aan de nieuwe realiteit door interessante en relevante content te bieden die gemakkelijk toegankelijk is via verschillende apparaten en kanalen.”

In de Nielsen Global Digital Landscape Survey zijn online 30.000 respondenten in 60 landen ondervraagd om inzicht te krijgen in de wijze waarop het veranderende digitale landschap van invloed is op hoe, waar en waarom we naar videoprogramma’s kijken. De term videoprogramma werd gedefinieerd als elk type content, zoals televisie, programmering via de kabel of door professionals of gebruikers gegenereerde content, die wordt bekeken op een tv, een pc of een mobiel apparaat zoals een telefoon, een tablet of een e-reader. Ook is in de studie gekeken naar de voorkeuren voor het consumeren van videoprogramma’s en naar de apparaten die het vaakst worden gebruikt voor geselecteerde genres en om thuis en onderweg video’s te bekijken.

HOE WE KIJKEN: DE GROOTTE VAN HET SCHERM DOET ERTOE

Meer dan de helft van de respondenten (55%) verklaart dat videoprogramma’s een belangrijk onderdeel van hun leven is, maar als het gaat om de wijze waarop mensen graag naar videoprogramma’s kijken, doet grootte er wel degelijk toe. De meerderheid van de respondenten (63%) vindt dat een groter scherm beter is, maar ze waarderen ook het gemak en de draagbaarheid van mobiele apparaten. Bijna zes van de tien respondenten (59%) vinden een videoprogramma bekijken op een mobiel apparaat handig. Bovendien zegt meer dan de helft (53%) dat een tablet even goed is als een pc of een laptop om programma’s te bekijken.

WAAROM WE LIVE KIJKEN: PUSH IS HET NIEUWE PULL

Realtime-gesprekken op sociale media vervangen fysieke bijeenkomsten bij de koffiemachine om onze favoriete televisieprogramma’s te bespreken. Livetelevisie is een sociale gebeurtenis geworden waarvan het bereik zich tot ver buiten de woonkamer uitstrekt. Meer dan de helft van de respondenten (53%) verklaart bepaalde programma’s te volgen om er op sociale media over te kunnen meepraten, en bijna de helft (49%) kijkt vaker naar live-uitzendingen als er een connectie met sociale media is. Van de respondenten zegt 47% tijdens het kijken ook actief op sociale media te zijn. En meer dan de helft (58%) surft tijdens het kijken op internet.

Met name respondenten uit Azië/Oceanië en Afrika/Midden-Oosten zijn zeer actief op sociale media tijdens het kijken en scoren hoger dan het mondiale gemiddelde voor attitudes met betrekking tot het gebruik van sociale media. Zo bekijkt 65% van de respondenten in Azië/Oceanië en Afrika/Midden-Oosten naar liveprogramma’s als die sociale media-content hebben (tegen 49% wereldwijd en 25% in Europa). Voorts zeggen meer dan zes van de tien respondenten in Azië/Oceanië (64%) en Afrika/Midden-Oosten (62%) dat ze programma’s graag volgen om er op sociale media over te kunnen meepraten.

“Het tweede, derde en soms vierde scherm is een fundamenteel verlengstuk van onze kijkervaring aan het worden,” zegt Clarken. “Terwijl meerdere schermen kijkers meer opties geven, bieden ze aanbieders en adverteerders meer mogelijkheden en manieren om kijkers te bereiken en bij het programma te betrekken. Goed ontworpen ervaringen kunnen niet alleen het kijkgenot verhogen, maar ook de interactietijd van kijkers met merken maximaliseren.”

WAT WE KIJKEN: HET AANTAL APPARATEN NEEMT TOE, MAAR TELEVISIE BLIJFT DOMINANT

Of het nu om een sportwedstrijd, een nieuwsprogramma, een documentaire of een film gaat, televisie blijft centraal staan in de videoconsumptie. Voor bijna elk in de enquête gemeten genre is televisie – verreweg – het meest genoemde apparaat waarmee wordt gekeken. De uitzondering: korte videofilmpjes (met een duur van doorgaans minder dan 10 minuten), die vaker op de computer, mobiele apparaten en tablets worden bekeken. De computer is het op een na vaakst genoemde apparaat voor het bekijken van bijna alle genres en staat boven aan de lijst van apparaten die worden gebruikt voor het bekijken van kortdurende content. Een kleiner, maar significant deel van de consumenten bekijkt videocontent op een mobiele telefoon of een tablet, terwijl kijken op een e-reader en/of gamingconsole nog niet van de grond is gekomen.

WIE KIJKEN: LET OP DE JONGEREN, MAAR VERGEET DE OUDEREN NIET

De televisie is voor alle generaties het favoriete apparaat om naar videoprogramma’s te kijken, maar scoort het hoogst onder oudere consumenten. Wereldwijd zegt 91% van de respondenten uit de Zwijgende Generatie (65+) videoprogramma’s vooral op tv te bekijken, gevolgd door 84% van de Babyboomgeneratie (50-64 jaar), 75% van Generatie X (35-49 jaar) en 62% van de Millenniumgeneratie (21-34 jaar) en Generatie Z (15-20 jaar).

Het gebruik van computers en mobiele apparaten is het hoogst onder jonge consumenten. Meer dan vier van de tien respondenten uit Generatie Z en de Millenniumgeneratie (allebei 42%) verklaart videoprogramma’s vooral op een computer te bekijken, tegen 31% van Generatie X, 25% van de Babyboomgeneratie en 15% van de Zwijgende Generatie. Ook zegt een vijfde van de respondenten uit de Millenniumgeneratie en Generatie Z (respectievelijk 22% en 20%) op een mobiele telefoon te kijken, tegen 14% van de respondenten uit Generatie X, 6% van de Babyboomgeneratie en 2% van de Zwijgende Generatie. Het gebruik van een tablet is het hoogst onder respondenten uit de Millenniumgeneratie en Generatie X, met respectievelijk 16% en 15%. Van de respondenten uit Generatie Z zegt 12% video op een tablet te kijken, tegen 8% van de Babyboomgeneratie en 4% van de Zwijgende Generatie.

“Generatie Z en de Millenniumgeneratie, de geboren digitalen, zijn gulzige mediaconsumenten en mobiele telefoons spelen een centrale rol in hun leven,” zegt Clarken. “Voor jongere consumenten is de mobiele telefoon niet langer alleen iets wat je gebruikt als je onderweg bent, maar overal – zelfs in de woonkamer. Contentleveranciers en aanbieders moeten een flexibele aanpak hanteren om consumenten te bereiken op de plek waar ze zich bevinden, op het apparaat dat ze gebruiken en tijdens de activiteiten waaraan ze deelnemen.”

Om het volledige verslag te downloaden van de website van Nielsen, ga naar www.nielsen.com.

Contact:

Andrew McCaskill 347.331.5725 andrew.mccaskill@nielsen.com